Historie - Brouwerij De Leeuw
De brouwerij is al eeuwen gevestigd op de lokatie aan de huidige Jan Smuldersstraat. Volgens een verklaring van de Schout en Schepenen van Vessem was de brouwerij in ieder geval al "ver voor 1716" actief. Als eerste brouwer laat zich in de archieven kennen “Evert van Poppel”. Zijn dochter “Maria Catharina van Poppel is eigenaar van de brouwerij samen met Godefridus Swers in de jaren 1751-1752, en samen met Jan Vissers vanaf 2 februari 1755. Jan Vissers blijft eigenaar tot 25 februari 1801. Op die dag doet hij afstand van zijn vele goederen ten gunste van schoonzoon Hendrik Tasset en stiefzoon Godefridus Swerts, gehuwd met Johanna W(e)ijte(n). Het echtpaar krijgt in totaal acht kinderen. Daaronder Cornelis, die van 1833 tot zijn dood in 1861 pastoor was in Oerle. Na het overlijden van Godefridus gaat Johanna terug naar Hilvarenbeek. De brouwerij wordt verhuurd aan Willen van Gerwen. Na het overlijden van Johanna worden de onroerende goederen in Vessem, Hilvarenbeek, Duizel en Hoogeloon in vier porties verdeeld. Pastoor Swerts krijgt het lot toegewezen dat bevat de brouwerij met ketelkuypen, vloten, vaten en ander daarbij behoorende gereedschappen en voorwerpen alsmede huis en erf de leeuw met daarbij behorende moestuin, boomgaard en weiland.
In 1857 wordt Cornelis Hordijk eigenaar van de brouwerij, terwijl de directe omgeving in handen is van Arnoldus van Son, bierbrouwer uit Dongen en zijn echtgenote Anna Swerts, zuster van de pastoor. Hordijk heeft niet lang plezier van zijn aankoop. Hij overlijdt in 1861 en zijn echtgenote in 1865. Erfgenamen zijn de twee minderjarige kinderen, waarvoor Petrus Hordijk als voogd optreedt. In 1873 komt de brouwerij in handen van Leonardus Wouters, winkelier en landbouwer. Hij is getrouwd met Dingena Gabriëls. Zij runt niet alleen de winkel maar brengt in 16 jaar tijd tien kinderen ter wereld. Haar dochter Maria Theresia trouwt in 1880 met Peter de Rooij, die drie jaar later als 'den brouwer' in beeld komt en afkomstig uit Netersel.
Aan de koorzijde van de buitenkant van de kerk in Vessem herinnert ook nu nog een bijzonder fraaie, gedenksteen aan de twee generaties Wouters die Peter de Rooij in rechte lijn voorgingen als brouwer.
Op 27 augustus 1904 breekt er een brand uit als gevolg van vonken uit de schoorsteen van de brouwerij. Zeven huizen gaan in de vlammen op. Daaronder ook de boerderij verbonden met de brouwerij De Leeuw. De Meijerijsche Courant van 30 augustus 1904 weet te melden “als een geluk bij een ongeluk kunnen wij nader mededelen dat de brouwerij bij den brand in zoverre behouden bleef, dat alsnog het brouwersbedrijf kan worden voortgezet. Dit is nog een klein lichtpunt voor den betrokken brouwer die toch reeds zijn woonhuis en vee verloren zag gaan”. In 1905 vindt nieuwbouw plaats van de brouwerij aan de straatzijde van de huidige Jan Smuldersstraat. De waterput werd daarbij uitgebouwd en verdiept. Als herinnering aan deze waterput is er in 2006 een dorpspomp geplaatst. Het water in Vessem is van uitstekende brouwkwaliteit. Vessem is omgeven door natuurgebieden en het water stroomt van de Lanschotse heide in het noord westen (richting Middelbeers) in de richting van de brouwerij. De zuiverheid en zachtheid maken het tot bijzonder brouwwater.
Met het overlijden van Petrus de Rooij op 26 januari 1926 komt zijn zoon H.F. de Rooij in beeld ( geboren 1887-overleden 1959, en gehuwd met Gabriëlle Visschers (1888-1958)). De handelsnaam werd gewijzigd van “P. de Rooij” in “H.F. de Rooij Bierbrouwerij De Leeuw”. Als beeldmerk registreerde hij een gouden klauwende leeuw. In 1928 moderniseert hij de aandrijving van de machines in de brouwerij met de plaatsing van een 15 pk ruw oliemoter. Ook stapt hij in die tijd over op het brouwen van ondergistend bier. In 1939 wordt de zaak vervolgens uitgebreid met een limonade gazeuze fabriek voor “Vaesheimer Bron” frisdranken. In 1939 werd zo’n tweeduizend hectoliter bier gebrouwen. Daarvan werd 80% afgebuld op houten vaten. Het afzetgebied werd gevormd door de Kempen, Eindhoven, Goirle, Alphen en Riel. Na de tweede wereldoorlog werd in 1948 de brouwerij De Leeuw nogmaals belangrijk gemoderniseerd door het uitbreiden van de vergistings en lagercapaciteit. De inhoud van de brouwketel bedroeg vijftig hectoliter. Op 31 december 1950 treedt Henricus uit. De zaak wordt voorgezet door P.J.H. de Rooij die al in 1939 was ingetreden. Piet staat bekend als “Piet den Brouwer”. Piet staakte in 1952 de brouwactiviteiten maar blijft zijn leven lang actief in de verkoop en distributie van bieren voor Heineken en de import van speciaalbieren.
In de loop van de decennia ondergaat het brouwerij pand en de hiernaast gelegen herberg, café restaurant De Gouden Leeuw Vessem verschillende bouwkundige wijzigingen. Inmiddels was het pand aan de Jan Smuldersstraat geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst. Bij de restauratie van 2007-2008 werden de typische 'iconen' van een brouwerijgebouw weer aangebracht. Hieronder vallen bijvoorbeeld het koelschip (ruimte met ventilatieluiken voor het afkoelen van het hete brouwsel), de luiken, de boogramen en de keldergaten ('koekoeken') voor de ijsopslag in de brouwerijkelder. Het Project kreeg € 35.000 financiële steun van de provincie Brabant in het kader van de regeling "Instandhouding van Cultuurhistorisch waardevolle Objecten bekend onder het programma "Schatten van Brabant". Het is de bedoeling het gebouw weer te gebruiken voor het brouwen van bier.
Met dank aan Bart Beex voor zijn enorme inspanning aan het uitzoeken van de geschiedenis van de brouwerij.
